naar overige artikelen

Echtscheiding en school: een verbindende kans

drs. Ard Q.A. Nieuwenbroek


Piet Reijnisse wordt op donderdagmorgen gebeld door een vader van één van zijn leerlingen. De vader is boos, hij wordt volledig buiten de opvoeding van zijn dochter gehouden door zijn (ex)vrouw en dat zint hem niet. Hij wil op de hoogte blijven van het reilen en zeilen van zijn dochter op school en eist dat ook hij rapporten e.d krijgt toegestuurd.

Woensdagavond, ouderavond. In lokaal 23 zit tijdens een tienminutengesprek moeder met haar zoon Carel bij de leraar. Een klein stukje verderop staat de vader. De sfeer is gespannen, de moeder wijst met een priemende vinger naar haar (ex)man en zegt niets meer met hem te maken te willen hebben. De leerling kijkt de leraar vragend aan…

Lily zit in 4-HAVO en gedraagt zich de laatste weken opvallend agressief. Ze is er in een week meerdere keren uitgestuurd, is brutaal en maakt haar huiswerk niet. Twee weken later krijgt haar mentor een e-mail van haar moeder. De ouders van Lily gaan scheiden.


Het is zover. Het is eind mei en de leerlingen van 5-HAVO en 6-VWO krijgen hun diploma. Elke mentor houdt een korte speech. Zo ook Roel Smits, mentor van klas 6V2. Op de eerste rij ziet hij een van zijn leerlingen zitten, Wouter, samen met zijn moeder. Roel Smits heeft Wouter meerdere jaren in de klas gehad, en kent hem goed. Hij is verbaasd als hij op de achterste rij in de zaal ineens de vader van Wouter ontdekt.


Wat zeg en doe je op zulke momenten als leerkracht? Allereerst moet je je beseffen dat het begrip ‘echtscheiding’ midden in de school staat. De vraag is niet ‘heb ik ermee te maken?’, want dat is een feit. De vraag is veel meer ‘hoe leer je als school een betrouwbare buitenstaander te zijn tussen leerling en ouders?’ En natuurlijk: verbinden betekent hier niet proberen de ouders weer bij elkaar brengen. Deze actie, ook al zo vurig gewenst door de kinderen, valt uiteraard buiten de mogelijkheden en het mandaat van de school. Hoe kan je op andere manieren verbindend zijn, zonder je op het pad van therapie te begeven?


Dynamische driehoek
De basis van deze manier van omgaan met echtscheiding is te vinden in de dynamische driehoek ouder-kind-leerkracht. Als er op een van de vlakken een verstoring plaatsvindt, heeft dit invloed op de groeimogelijkheden van een kind. Als een van de drie onder druk komt te staan, belemmert dit het groeiproces van het kind. In het geval van een echtscheiding komt de band ouder-kind onder druk te staan. Het is wetenschappelijk bewezen dat kinderen daardoor minder goed functioneren op school. Als school heb je dus altijd iets te maken met echtscheidingen, en is het heel belangrijk verbindend te zijn.

In de praktijk valt dat niet altijd mee. Om het gedrag van het kind te begrijpen is het goed je te beseffen dat met een scheiding een kind altijd onrecht wordt aangedaan. Een kind heeft recht op een vader en moeder. Als een echtscheiding de beste oplossing blijkt, wat in sommige gevallen kan voorkomen, blijft voorop staan dat het kind onrecht is aangedaan. De kans is daardoor groot dat het kind destructief gedrag gaat vertonen. Een leerling is slecht gemotiveerd om te leren, is onbeschoft tegen de leraren en komt ongeïnteresseerd over. Het is de kunst om als school op dat moment verbindend bezig te zijn. Geef een kind erkenning voor het onrecht wat hem of haar is aangedaan. Dit kan alleen als de grondhouding en de vaardigheden van een leerkracht meerzijdig partijdig zijn. Dat wil zeggen dat een leerkracht opkomt voor de belangen van alle drie de partijen. Daarnaast is het belangrijk dat een leerkracht erkenning geeft voor de verdienste van een kind en die verdienste ook benoemt. Bijvoorbeeld het feit dat het kind geprobeerd heeft de scheiding te voorkomen of nu de echtscheiding een feit is, er probeert te zijn voor zijn of haar ouders. Een dergelijke handelwijze klinkt zwaar en ingewikkeld, maar blijkt in de alledaagse praktijk niet zo moeilijk.

Lonneke heeft een gesprek met haar leerkracht over het afgelopen half jaar op school. Lonneke vertelt dat het niet zo goed gaat en dat ze slecht slaapt, omdat haar ouders veel ruzie maken. ‘Dat is heel vervelend voor je, hoe ga jij daar mee om?’, wil haar leerkracht weten. ‘Ik probeer meestal mijn ouders te troosten. Soms lukt dat, soms niet.’ Over haar prestaties op school zegt Lonneke het volgende: ‘Ik weet dat ik niet zulke goede punten haal, maar dat probeer ik te verbergen voor mijn ouders. Nu mijn ouders waarschijnlijk gaan scheiden, wil ik hen niet belasten met slechte cijfers.’

De leerkracht geeft Lonneke in dit gesprek erkenning voor het onrecht dat haar is aangedaan door aan te geven dat het inderdaad een vervelende situatie is. Daarna benoemt hij haar verdienste, door te vragen hoe zij met de situatie omgaat. Soms zijn dergelijke gesprekken lastig, vooral als een leerkracht zelf een scheiding heeft meegemaakt, als kind of als partner. Belangrijk is dan te beseffen wat een dergelijke ervaring met je doet en welke invloed het heeft op een gesprek met een leerling. Als je zelf nog pijn ervaart, is het belangrijk te zorgen dat die pijn of boosheid het gesprek niet in de weg staat.


Gespleten loyaliteit
Bij sommige leerlingen die te maken hebben met echtscheiding speelt het probleem van gespleten loyaliteit. Het kind zit tussen twee vuren. Vader zegt onaardige dingen over moeder, en moeder heeft geen goed woord over voor vader. Een kind wordt als het ware gevraagd om te kiezen voor een van de partijen. Een dergelijke situatie is voor kinderen heel bedreigend. Een kind kan namelijk niet kiezen. Als je als leerkracht te maken krijgt met zo’n situatie (zie voorbeeld ouderavond), behoort het tot je mandaat van gedelegeerde opvoedingsverantwoordelijkheid dat je de ouders informeert over het gevaar van die gespleten loyaliteit. Daarbij geldt wel een duidelijke grens. Je mag de ouders daarin niet begeleiden, maar wel verwijzen naar hulpverlening of mediator. Ouders moeten doordrongen raken van het feit dat zij wel als partners kunnen scheiden, maar nooit als ouders. Een school moet te allen tijde in dergelijke situaties beschikken over een sociale kaart, waardoor zij ouders doelgericht kunnen verwijzen naar hulpverlening. Of de ouders het advies van de leerkracht opvolgen, is niet de verantwoordelijkheid van de leerkracht. Die doet zijn advies alleen vanwege het belang van meerzijdige partijdigheid. Op die manier ben je als leerkracht verbindend bezig. Ter afsluiting van dit artikel antwoord op de vraag ‘wat zeg en doe je op zulke momenten als leerkracht?’


De leerkracht die een boze vader aan de telefoon krijgt, die eist dat hij op de hoogte gehouden wordt van het reilen en zeilen van zijn dochter, moet erkenning geven aan de vader. Geef aan dat je waardeert dat hij zo belangstellend is over zijn dochter. Zeg de vader dat je zult bekijken welke mogelijkheden er wettelijk zijn om hem op de hoogte te houden en doe dat zonder wantrouwen op te wekken bij moeder en dochter.

Op de ouderavond waar moeder in het bijzijn van Carel verwijtende opmerkingen maakt tegen zijn vader, is het goed tegen de moeder te zeggen dat je begrijpt dat ze boos is, maar dat je ook beseft dat het voor Carel een vervelende situatie is, omdat het over zijn vader gaat. Op die manier ben je duidelijk meerzijdig partijdig.

Voor Lily uit 4-HAVO is het belangrijk dat zij in een gesprek met een leerkracht erkenning krijgt voor het haar aangedane leed (de scheiding) en dat haar verdiensten op dat vlak benoemd worden. Dat is de enige manier om haar destructieve gedrag te doorbreken.

Bij de diploma-uitreiking is het voor de mentor goed in zijn speech aan te geven dat hij blij is dat alle ouders er zijn. Met daarbij de vermelding dat hij begrijpt dat dat niet altijd even makkelijk is voor ex-partners. Daarmee spreek je een stukje waardering uit voor alle partijen.


Uit deze voorbeelden blijkt eens te meer dat een school bij een echtscheiding kansen heeft om verbindend te zijn. Eigenlijk is dat vanzelfsprekend, alhoewel het voor veel leerkrachten een drempel is om contact te maken met leerlingen over thema’s, die liggen in het domein van thuis. Het is in het belang van de leerling, en onrechtstreeks van diens ouders, als begeleider van leerlingen op een betrouwbare wijze te communiceren over existentiële thema’s: en dan gaat het bijna altijd over je gezin van herkomst!


Bronnen:
‘Tussen thuis en school’, Piet Gieles, Wim van Mulligen en Ard Nieuwenbroek. Uitgeverij Acco, 2001.

‘Tussen leerlingbegeleiding en therapie”, Wim van Mulligen en Ard Nieuwenbroek, in: ‘Tijdschrift voor Leerlingbegeleiding, september 2002 (pag. 4-7)




naar overige artikelen